Christiaan Frederik van Abkoude

Christiaan Frederik van Abkoude werd op 6 november 1880 te Rotterdam geboren. Hier groeide hij op, in dezelfde volksbuurt als Pietje Bell, waar zijn vader een barbierszaak had. Hij mocht de kweekschool volgen en was vanaf 1901 onderwijzer op een volksschool.
Hij trouwde met Johanna Alida van Wijk en zij kregen drie zoons.
In de periode dat hij voor de klas stond (slechts een paar jaar), schreef hij zijn eerste jongensboeken, die allen werden uitgegeven door P. Kluitman te Alkmaar. Vanaf 1910 wijdde hij zich geheel aan de journalistiek.
Tijdens de mobilisatie van 1914 schreef hij zijn grote succes "Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen.". Dit verhaal strookte volstrekt niet met de toen geldende opvoedkundige opvattingen, doch genoot het, mede door de guitige illustraties van Jan Rinke, spoedig grote populariteit.
Met de opbrengst van het boek kon hij zijn grote droom verwezenlijken: emigreren naar Amerika, waar hij altijd is gebleven, zonder ooit in Nederland terug te zijn geweest.
Onder de naam C.F.Winters werkte hij er als pianist en poppenkastspeler. Daar schreef hij ook de zeven vervolgdelen van Pietje Bell. Op gevorderde leeftijd was hij hoofd van een distributiecentrum van dagbladen en tijdschriften in het Californische Alameda. Zijn belangstelling voor de wereld van het kind heeft hij nooit verloren; op hoge leeftijd schreef hij nog kindertoneelstukken, waarvan hij de uitvoering zelf regisseerde.
Op 2 januari 1960 is van Abkoude in Portland, Oregon, overleden.

Andere boeken van van Abkoude zijn:
Bert en Bram, 1907
Hollandsche jongens, 1907
Willems verjaarsgeschenk, 1908
Hein stavast, 1908
Tim en Tom, 1910
Met de poppenkast op reis, 1910
Piet Parker, 1912
De padvinders van Duinwijk, 1912
Jan Boenders, 1913
De waterratten, 1915
De man met de poppenkast, 1917
De voetbalclub, 1919
Kruimeltje, 1922